Iets te laat is hier heel erg op tijd!
Voor mijn vakantie met Boud wilde ik graag 1 laatste ‘werk blog' schrijven, maar ik geloof dat ik het Tanzaniaanse tempo heb overgenomen en ben hier volledig niet aan toegekomen. Ik herken mezelf steeds beter in de excuses die veel locals gebruiken: 'I could not arrange things cause I was sooo busy, pole sana', maar als ik vervolgens bedenk wat ik heb gedaan... Het is niet zo dat ik het niet druk had, maar de dynamiek van het werk en mijn vrije tijd was veranderd waardoor het niet meer zo chaotisch druk voelde als de eerste twee maanden. Ik ga proberen een short-short version van mijn laatste maand werk te geven, ondanks dat er veel gebeurd is. Wanneer ik dit namelijk allemaal ga opschrijven moet ik denk ik een uitgever vinden om het in boekvorm uit te brengen.
In april heb ik veel ‘bezoek' uit Nederland gehad en helaas kwamen deze mensen niet alleen voor de gezelligheid. Begin april had het onderzoek bijna klaar moeten zijn in Dar, maar op dat moment waren minder dan een derde van de huishoudens bezocht. Dit was voor mijn baas voldoende reden om een bliksembezoek van 2 dagen aan Dar te brengen, voor Jos (zie eerste blog) om 2 weken in Dar es Salaam het socio-economische deel van het onderzoek proberen te redden en ook voor de baas van Jos om ons te verblijden met een bezoek van 4 dagen. We hebben veel meetings gehad met de lokale partijen en ik heb veel geleerd van deze meer ervaren mensen: erg leuk. Ook was ik erg blij met wat Nederlandse versterking, want in mijn eentje kon ik niet voldoende verandering brengen in de situatie.
Een van de ‘challenges' die overwonnen moest worden, was het verzamelen van de contactgegevens van de PRIDE members. Hiervoor moesten er elke dag research assistents naar het micro-finance kantoor gaan, waar de members hun wekelijkse meetings hebben. Omdat ik vermoedde dat dit niet volledig soepel verliep ben ik een dag meegegaan met Henry, een van de research assistents, naar de Temeke branch.
's Ochtends hebben we een Dala Dala gepakt richting Temeke. Met de taxi zou dit ritje ongeveer een half uur hebben gekost, maar ga met het openbaar vervoer in Dar en tel daar gerust 2 uur bij op! Eerst moesten we namelijk een half uur in de brandende zon naar de Dala Dala-stop lopen (heel schattig: Henry zag dat ik peentjes aan het zweten was en heeft toen een zakdoek voor mij gekocht, zodat ik mijn voorhoofd droog kon deppen). Vervolgens stapten we in een overvolle Dala Dala (een busje waar er in Nederland echt maximaal 8 in gaan en nu waren het er zeker 25!) kosten: 25 ct, waar we ons geen zorgen hoefden te maken dat je geen veiligheidsriem kan dragen als je staat: sardientjes in een blik kunnen niet bewegen zeg maar. Die ochtend had het heel hard geregend en dit was goed te zien tijdens onze rit: de plassen waar onze Dala Dala bestuurder met een noodtempo op af reed waren eerder rivieren te noemen en na 10 minuten zagen we een andere Dala Dala op zijn zij in een plas of eigenlijk rivier liggen. Deze bestuurder had waarschijnlijk ook zijn tempo niet aangepast en het lastige van zoveel water: je ziet de gaten in de weg niet meer... Nadat we waren overgestapt in een (ja, ik dacht dat het niet kon maar het kon) nog vollere Dala Dala, de halve stad waren doorgereden, in gigantische files hadden gestaan en uitgestapt waren om in de stromende regen door een wijk te lopen waar ik van Henry niemand aan mocht kijken, kwamen we 2 uur te laat bij de Temeke branch aan: eerste verbeter puntje was niet moeilijk te bedenken...
Als ik terug denk aan de laatste maand werk realiseer ik me dat ik het nog steeds redelijk druk heb gehad (wel echt minder druk dan de eerste weken training), maar dat het grote verschil zat in mijn eigen instelling. Nog steeds voelde ik me wel voor een deel verantwoordelijk voor het succes van het project, maar ik trok het me toch minder persoonlijk aan. Ik heb in de eerste twee maanden het best heftig gevonden en ik heb zelfs op twee momenten op het punt gestaan te stoppen met het project, omdat ik er echt volledig genoeg van had gehad. In mijn laatste maand heb ik me minder gek laten draaien door schreeuwende Tanzanianen, lakse doktoren, een echt ‘te dom op te poepen' runner (mijn loopjongen) en het hebben van te weinig Nederlandse mankracht om voldoende (snel) grote veranderingen te kunnen doorvoeren. Ik heb ook echt geleerd dat een project coördineren betekent dat je anderen verantwoordelijk moet maken voor hun eigen acties en hun aandeel van het eindproduct. Ik had zeker in het begin de neiging alle problemen direct op te lossen, maar uiteindelijk creëerde ik hiermee alleen nog maar grotere problemen waar niemand zich verantwoordelijk voelde, omdat Jolien er toch was om alle problemen op te lossen.
Na het vertrek van Michiel, mijn baas, Jacques, Jos' baas, en Jos zelf, was het bijna tijd voor mij om afscheid te nemen van het project. De bedoeling was dat ik zou vertrekken als alle huishoudens bezocht waren, maar dit zouden we niet gaan halen en onze grote vrienden zelfstandig verder laten gaan leek ons toch niet de beste optie. Naar aanleiding hiervan heb ik mijn eerste sollicitatie gesprek afgenomen in mijn leven. Nou ja, sollicitatie gesprek: we zaten op een terras uitkijkend over de Indische Oceaan met een heerlijke lunch voor ons... maar officieel was ik wel aan het kijken of zij mijn werk over kon gaan nemen. Ik had wel een goed gevoel bij deze half Italiaanse half Tanzaniaanse dame en de week daarop ben ik bezig geweest met het overdragen van mijn werk.
Wat mijn naderende vertrek in Dar me heeft doen realiseren is dat 3 maanden voldoende tijd is om enigszins een leven ergens op te bouwen: Dar is in zekere zin ‘thuis' geworden en de mensen die ik heb leren kennen zijn me dierbaar. Dar en mijn vrienden hier zijn mijn werkelijkheid geweest de afgelopen maanden en het gaat lastig zijn om ze straks achter te laten. De week voordat Boud in Nairobi aan zo komen ben ik met een groep van 9 een lang weekend naar Zanzibar geweest. Hier heb ik mij voorbereid op de komt van mijn lief en heb een geweldig weekend gehad. Ik ga hier niet te veel over uitweiden, maar ik kan wel al zeggen: Stonetown is net een sprookje met de meest fantastisch mooie gebouwen (van binnen dan) en plekken waar je heerlijk kan eten, drinken, dansen en muziek kan luisteren. Ik kon niet wachten tot ik Boud mee kan nemen naar dit geweldige eiland!
Volgende verhaalis samen met Boud!!
Pubers, regenbuien en Zanzibar!
Vandaag ben ik precies op de helft van mijn verblijf in Tanzania. Nu moet ik er bij zeggen, dit geldt voor het moment dat ik begin aan het schrijven van mijn volgende blog: meestal duurt het een week voordat ik mijn blogs af heb en online heb geplaatst. En ook wil ik zeggen voordat ik verder schrijf: dank jullie wel voor al jullie lieve reacties op mijn vorige verhalen. Het is zo leuk en fijn om dat soort berichtjes van het thuisfront te krijgen! Dat geeft echt energie en maakt het schrijven ook veel leuker, omdat ik weet dat er zoveel lieve mensen het lezen.
Maar goed, ik ben dus op de helft en wat zal ik vertellen? Het grootste gedeelte van mijn tijd ben ik hier aan het werk, maar daar begin ik niet mee, want dan lijkt het alsof ik hier alleen maar ‘work' heb ‘and no play'. Ik zal beginnen met iets leuks: oh wat is het water hier blauw en wat is de oceaan hier mooi! Dat klink misschien niet als groots nieuws, maar echt waar het is af en toe magisch op het water... De foto's hebben jullie al kunnen bewonderen, maar een kleine toelichting is wel op zijn plaats. De laatste paar foto's heb ik vorig weekend gemaakt toen ik met Erwin en Ee mee mocht op hun boot. Erwin en Ee zijn vrienden van Pauline (met haar ga ik veel om) en onder andere deze drie mensen zijn de reden dat het leven in Dar es Salaam zo leuk is. Ik merk hier dat mensen die de stap hebben genomen om in Tanzania te gaan wonen bijna allemaal een bijzonder verhaal hebben/bijzondere personen zijn. Daarbij heeft iedereen een bepaalde relaxedheid over zich: iets wat je hard nodig hebt om ‘sane' te blijven in een land als Tanzania. We hebben die zondag de hele dag op het water doorgebracht: varen, stoppen, zwemmen, varen, stoppen, van de boor af duiken, zwemmen, visjes kijken, varen... Het is heerlijk rustig op het water, wat de perfecte manier is om even je hoofd leeg te maken: een half uur staren naar de horizon terwijl je over het water glijdt! Zeker als je dan vervolgens aanlegt op een zandbank midden in de oceaan. Echt fantastisch om op een eiland te staan met alleen maar spierwit zand, een aangespoeld anker begroeit met zeediertjes en verder helemaal niets...en als je dan de wereldkaart voor je haalt en bedenkt waar je op dat moment bent...het leven is zwaar hier in Tanzania...
En dan werk: mijn werk hier is nog steeds...hoe zal ik het zeggen...leerzaam... Haha, ja het is soms moeilijk om er iets anders over te zeggen. Het is niet alleen maar slecht, want voor een deel is het echt wel leuk, het is alleen zo ontzettend frustrerend af en toe als ik nog steeds dingen op mijn to do list heb staan die er al twee maanden geleden op stonden: dingen die al geregeld hadden moeten zijn toen ik nog in Nederland was. Daarbij kwam vorige week dat onze relatie met de biomedische locale partner snel aan het verslechteren was, waardoor de werksituatie bijna niet meer te doen was. Ik heb Boud veel gebeld en hij heeft er echt voor gezorgd dat ik het steeds weer op kon brengen om verder te gaan. Maar gister heb ik zowaar weer echt een goeie dag gehad! Ik hoop dat deze dag het begin van de verbetering aangeeft! Daarbij heb ik een paar dagen niet gewerkt (hierover later meer) waardoor ik een beetje afstand van de situatie heb kunnen nemen en mijn doelen heb kunnen herdefiniëren. Wat ik hier heb geleerd (zonder al te veel te generaliseren): hoe harder je rent, hoe minder Tanzanianen zelf doen en hoe meer je de schuld krijgt van dingen die mis gaan. Ik moet hier samenwerken met een aantal mannetjes, pubers eigenlijk, zo stellen zij zich op. Als zij iets verkeerd doen gaan ze schreeuwen dat het allemaal onzin zo is en dat wat Nederland allemaal wel niet doet VEEL erger is. Als je ze vervolgens aanspreekt op dit (schreeuw) gedrag, gaan ze alleen maar harder schreeuwen of met hun ogen rollen en zuchten: pubers dus. Dus een belangrijke les: probeer niet elke crisis op te lossen, laat af en toe de boel maar ontploffen en steek vooral energie in het trainen van de locale partij zodat ze het uiteindelijk allemaal zonder jou kunnen. Dit lijkt misschien vrij logisch, maar het heeft mij 6 weken gekost om daar achter te komen: ik moet nu vooral dingen los laten.
Sinds een paar weken is het regenseizoen begonnen in Tanzania en de regen laat goed zien dat dit een heel ander land is dan Nederland. Als het regent komt iedereen bijvoorbeeld 2 uur later op afspraken dan ze normaal al te laat komen. Eerst dacht ik dat mensen de regen als excuus gebruikten om niet op training te komen en voor een deel geloof ik dat nog steeds, maar dat is zeker niet de enige reden. Waar de zandwegen in met droogte al voor vertraging zorgen door alle gigantische kuilen in de weg, maar wat nog gezien kan worden als charmant Afrikaans, als het regent worden deze wegen onbegaanbaar. Dit betekent dat je ofwel vast komt te zitten in een modderpoel, ofwel uren vaststaat in een enorme file omdat iedereen nu over die paar verharde wegen moet rijden. Wat je ook merkt in de regentijd, is dat de kwaliteit van dingen hier echt minder is dan in Nederland. Dat is natuurlijk iets wat iedereen wel weet, maar met mooi weer valt het gewoon minder op. Als het keihard regent zie je opeens dat het dak van je hotelkamer lekt waardoor er elke ochtend een kleine overstroming in je hotelkamer plaats heeft gevonden. Of merkt je dat de auto's die wij gebruiken voor het veld werk geen ruitenwissers hebben, waardoor ze bij elke bui stil moeten gaan staan en ook hiervan lekt het dak waardoor alle interviewers nat worden. Of het hele NIMR kantoor zit zonder stroom, omdat nu naast de dagelijkse powercut ook de generator er door de regen mee op is gehouden. Of auto's die het begeven omdat ze door te diepe plassen zijn gereden. Maar dit zijn niet de enige gevolgen van het Tanzaniaanse regenseizoen: de regen brengt ook moois met zich mee. Zo is het nu ontzettend groen in Dar es Salaam en omsteken. Overal staan mooie groene bomen en stuiken met bloemen. En opvallend genoeg vind ik regen hier ook wel lekker omdat het een welkome afwisseling is van de zinderende hitte die normaal is wanneer de zon schijnt.
Zo lastig (en daardoor natuurlijk ook wel weer boeiend J) als het samenwerken met de locale partij is, zo goed gaat de samenwerking met mijn collega's en baas in Nederland. Het gaat goed op het gebied van werk, maar ook zijn zij erg goed in steun bieden en meeleven als ik bijvoorbeeld weer in een conflict met Amos verzeild ben geraakt. Dit begon al een aantal weken geleden toen er een fles champagne werd bezorgd met de tekst: 'om te vieren dat er überhaupt nog een survey is en je niet al op het vliegtuig naar huis zit!'. Verder is iedereen altijd bereid in te springen met klusjes waar ik zelf hier bijvoorbeeld geen tijd voor heb, maar het hoogte punt was echt afgelopen week: vrijdag avond werd ik gebeld door mijn baas (Michiel): 'Ik hoor dat jij niet naar Zanzibar gaat morgen'. Pauline en een collega (Julia) zouden het weekend naar Zanzibar gaan, maar ik vanwege tijd- en geldgebrek niet eens bedacht dat ik wel mee zou kunnen. Michiel stond er op dat ik mee zou gaan en hij wilde zelfs zo graag dat ik ging dat hij het wel wilde betalen! Asante sana Michiel!!
Maar goed, dit was vrijdag avond en zaterdag ochtend om 9u zouden Pauline en Julia vliegen. Omdat het die avond niet meer mogelijk was om een ticket te regelen, ben ik zaterdag ochtend mee gegaan naar het vliegveld en heb om 8.50u een ticket gekocht voor 9.20u. Geweldig was de vlucht! In een 4-persoons vliegtuigje over Dar vliegen, over de oceaan, over de zandbank van vorige week en nog een stukje over Zanzibar. En het mooie is dat zo'n klein vliegtuigje helemaal niet zo hoog hoeft te vliegen, dus je ziet alles super goed: zelfs de (ik denk) dolfijnen in het water! En Zanzibar zelf is echt heerlijk! Aangezien we zaterdag ochtend heen zijn gevlogen en zondag avond weer terug, zijn we direct met een busje (echt waar, gevaar voor eigen leven! Die gasten rijden echt als mongolen!) naar het Noorden gegaan, waar we heerlijk op het strand konden liggen. En ik dacht dat ik al de mooiste blauwe zee had gezien, nou nee: hier bij Kendwa Rocks was de zee echt breathtaking!! Julia had haar onderwater camera bij zich, dus foto's zullen nog volgen. Zaterdag hebben we alle drie geslapen op het strand onder een rieten parasol en in het water gelegen. Ook Pauline en Julia hadden een paar heftige weken er op zitten, dus verder verplaatsen dan van onze handdoek naar de zee en terug zat er niet in. De volgende dag hebben we een bootje gehuurd en zijn gaan snorkelen en ik heb al gezien: Boud gaat het tegek vinden om hier te duiken want het is er echt prachtig!
Een klein nadeel van Zanzibar was de voedselvergiftiging die ik daar heb opgelopen met de daarop volgende uitdroging, maar goed, twee dagen in bed en daarna iets rustiger aan doen op werk was niet helemaal slecht voor me.
De bovenstaande titel heb ik verzonnen toen ik begin van de week begon met het schrijven van deze blog, maar eigenlijk zou het moeten zijn: ‘Pubers, regenbuien, Zanzibar en 4X4!'. Aangezien dat minder lekker bekt, laat ik het er maar bij, maar ik moet jullie wel even vertellen met wat voor uitzicht ik het laatste stuk aan het schrijven ben en wat ik gister en vandaag gedaan heb. Ik ben weer op safari en deze keer niet met gids die ons behendig door het park manoeuvreert, maar een Jolien die deze taak op zich heeft genomen!! Omdat we allemaal een lang weekend hebben, zijn Jan (Zuid-Afrikaan met wie ik hier goed contact heb), Pauline en ik in de 4X4 van Jan naar Mikumi gereden. Aangezien Jan niet veel geslapen had de afgelopen week (en wij het natuurlijk leuk vinden), mochten Pauline en ik het rijden op ons nemen dit weekend. Alleen al naar het park rijden was echt leuk: het is zo anders om zelf achter het stuur te zitten in Tanzania! Het geeft iets minder het gevoel dat je er alleen maar als toerist op bezoek bent.
Mij was verteld dat in het regenseizoen de Zuidelijke parken in Tanzania onbegaanbaar zijn, en met een normale auto is dat ook zo, maar deze wagen is (bijna) niets onmogelijk... Gister heb ik van gezeten in de modder, geleerd hoe je daar weer uit moet komen, ons redelijk behendig door andere modderpoelen gestuurd, door een gigantische (ik denk) droogstaande rivier bedding geloodst (dit was echt heel stijl en heel freaky, Pauline en ik hebben gillend deze proef doorstaan met een keihard lachende Jan op de achterbank) en ons off-road naar de leeuwen gereden die lagen te chillen onder de bomen. Vanochtend was Pauline aan de beurt en zij heeft ons over een weg geleid waar al heel lang niemand meer geweest was (er zijn gewone wegen, ‘only for dy season'-wegen en ‘strictly for dry season'-wegen: mogen jullie raden welke weg dit was...) en we weten nu ook waarom. We weten ook dat als de weg met stenen of takken is afgezet, je misschien daar naar moet luisteren: laat ik het er maar op houden dat de auto van Jan niet meer wit is maar bruin, en helaas ook niet meer geheel schade vrij is. Rond 11 uur zijn Pauline en ik weer gewisseld en heb ik nog wat gereden. Op een gegeven moment kwamen we een olifantenfamilie tegen met twee jongen. Er waren ook andere auto's stil gaan staan om te kijken, maar de auto's tegenover ons hadden niet gezien dat ze in het pad van een mannetjes olifant stonden en werden bijna aangevallen. Zij zijn toen doorgereden, maar wij moesten nog langs de groep olifanten (er stond een auto achter ons waardoor we niet naar achter konden). We hebben een hele tijd doodstil gezeten, in de gaten gehouden door de nu wat agressieve olifant, en ik heb de hele tijd met een kloppend hart klaar gezeten om de auto direct weg te rijden. Uiteindelijk was er niets aan de hand en liep de olifant door, maar dit moment doet we wel beseffen dat je op hun terrein bent en zij een stuk sterken zijn dan jij. Ik ben blij dat we Jan bij ons hebben die veel ervaring heeft en goed weet wat hij doet (pap, mam, maak jullie geen zorgen, we doen echt geen onverantwoordelijke dingen J). Dit alles schrijf ik terwijl ik op het terras van ons hutje zit, uitkijkend over de Afrikaanse steppe, terwijl er in de waterpoel 50 meter verderop 5 buffels zich aan het wassen zijn: wat een onvergetelijk weekend!
Tot slot rest mij alleen nog maar te vertellen dat onze kroonprinses aanstaande donderdag naar Dar komt om de launch van het Health Insurance Fund project (zie vorige blog over mijn werk) bij te wonen. Een filmcrew van Netwerk komt het project en het bezoek van Maxima filmen, wat aanstaande zaterdag wordt uitgezonden. Dus als je zin hebt iets te zien van waar ik hier mee bezig ben: Karibu!
Betaalbare zorgverzekering voor "low-income groups"
Voordat ik vertrok heb ik aan een aantal mensen beloofd om uit te leggen wat ik hier doe. Door de rollercoaster waar ik vanaf het eerste moment na aankomst in terecht ben gekomen was het er nog niet van gekomen. Nu ik bijna op de helft van mijn verblijf hier in Tanzania ben, lijkt het me de hoogste tijd om deze belofte na te komen.
Het verhaal begin bij het Health Insurance Fund (HIF). Het HIF heeft van ministerie BuZa 100 miljoen gekregen om in een aantal ontwikkelingslanden een betaalbare (gesubsidieerde) zorgverzekering aan te bieden aan bepaalde low-income groepen. Tanzania is één van de landen (na Nigeria en Kenia volgt nog) en microkrediet leden van PRIDE zijn de low-income groep in Dar es Salaam.
Voor de impactevaluatie (oftewel operational research: OR) zijn twee organisaties ingeschakeld om een Household survey te doen: het Amsterdam Institute for International Development (AIID) en het Center for Poverty-Related Communicable Diseases (CPCD). Het AIID is verantwoordelijk voor het socio-economische (SE) deel van de survey en het CPCD voor het biomedische (BM) deel. Omdat het nodig is om met locale interviewers te werken en omdat wij de wegen van het land niet kennen, hebben beide organisaties een locale counterpart: Research on Poverty Alieviation (REPOA) voor de socio-economen en National Institute for Medical Research (NIMR) voor de biomedici. De komende periode wordt de baseline gecreëerd doormiddel van het interviewen + een aantal metingen doen bij 950 huishoudens, want ongeveer 4000 mensen betekent. Hierna krijgt de treatment groep de verzekering en de controle groep niet (in werkelijkheid een paar jaar later). Over een paar jaar wordt er weer een survey gedaan en wordt er gekeken naar de verschillen om zo de impact te bepalen.
Ik ben hier heen gestuurd door het CPCD en ben verantwoordelijk voor het biomedische deel van de survey. Verantwoordelijk...ten minste... de bedoeling was dat de locale counterpart verantwoordelijk is. Ik zou hier alleen zijn om training te geven aan de MDs (iets omhooggevallen artsen: ze willen het liefst MDs genoemd worden) die voor ons het veld in gaan en daarnaast de kwaliteit van de data checken en bevorderen, door bijvoorbeeld de questionnaires van de MDs na te kijken. De praktijk is wel iets anders... Samen met Berber (zij zit hier voor het AIID) moet ik vrijwel alles hier ofwel regelen ofwel iemand 10 x vragen om het te regelen. Dit betekent dat wij de hele dag bezig zijn met checken of iedereen zijn afspraken nakomt, of alles nog goed gaat, of de kwaliteit van de data voldoende is: wij zijn eigenlijk voortdurend aan het crisis managen. Als onze grote vrienden de BM interviewers weer besloten hebben te staken, transport naar het veld 3 uur te laat is, vertalingen van questionnaires niet worden aangeleverd, de drukker vlak voor de deadline een aantal dagen niet te bereiken is, het halve team plotseling een 4 daags congres in Arusha heeft, financiële contracten niet getekend worden, buisjes voor bloedafname al 6 weken vast staan bij de douane, de helft van besteld medisch equipement niet goed is en de Head of Research zijn verantwoordelijkheden niet neemt: dan begint mijn werk ongeveer. Gelukkig mag ik mijn baas in Nederland elk moment van de dag bellen, wat er ook wel eens voor heeft gezorgd dat ik hem rond half 6 's ochtends uit zijn bed heb gebeld: Pole sana!
Volgend verhaal wordt weer een gezellig verhaal over wat ik hier mee maak! Maar nu hebben jullie misschien een iets beter beeld wat ik hier de hele week doe.
Heel veel liefs uit Dar!
Bestaat er in Dar stilte na de storm?
Muhimbili Hospital is HET academische ziekenhuis van Tanzania. Alleen de beste studenten mogen hier geneeskunde sturen en als je niet voldoet aan de hoge verwachtingen wordt je binnen één seconde van de opleiding afgegooid. Dit ziekenhuis heeft een lab, HET medisch lab van Tanzania, en dat lab heeft een directeur (Mabula). Deze directeur is de eerste persoon waar ik dagelijks mee te maken heb. Dit ziekenhuis heeft ook een onderzoekscentrum, HET onderzoekscentrum van Tanzania, en bij dit onderzoekscentrum werkt de Head of Research (Amos). Deze Head of Research is de andere persoon waar ik dagelijks mee te maken heb. Bijna vier weken geleden vertrok ik naar Tanzania met het idee dat ik veel zou gaan leren van deze twee zeer kundige doctoren en in zekere zin leer ik ook ontzettend veel van ze, alleen wellicht niet omdat zij zo kundig zijn...
Mijn laatste blog schreef ik toen ik hier een week zat. Nu zit ik hier 5 weken en ben ik er al iets beter achter waar ik terecht ben gekomen, al verbazen mij nog elke dag vele dingen. Zo zijn cultuur verschillen in een land waar je op vakantie ben al wel opvallend; als je met mensen moet werken wordt dit verschil alleen nog maar opvallender. Wat veel mensen zeggen die hier al jaren werken: in Tanzania werken lijkt op het eerste gezicht veel gemakkelijker dan in andere Sub-Sahara Afrika landen, maar dat is alleen maar aan de oppervlakte waar. Tanzania is in werkelijkheid ontzettend moeilijk om te werken en dat kunnen al mijn collega's die hier zijn geweest beamen. Waar de moeilijkheden liggen is mijn nog niet geheel duidelijk, maar een aantal ideeën heb ik wel. Ten eerste is dit een van de meest laid back landen van het continent: hierdoor doet niemand wat ze beloven te doen, komt alles te laat, wordt niet aangegeven als er iets mis is, worden materialen verkeerd besteld en wordt elke deadline minimaal 5 keer uitgesteld. Vervolgens is er het probleem van de lange tenen, grote ego en luxe eisen van de Tanzaniaanse artsen (overigens iets wat ook licht beroepsgroep gebonden is): je mag zo NOOIT iets opleggen, alles moet in overleg en alles moet met extreme voorzichtigheid gebracht worden. Dit maakt beslissingen maken wat lastig aangezien mijn team bestaat uit 25 extreem eigenwijze artsen. Om een klein voorbeeld te noemen van de houding van onze MDs: afgelopen woensdag hadden we onze eerste veldtest. We stonden in Mbagala met 40 interviewers, twee auto's vol met medical equipment, respondenten die bereid waren mee te werken en lege questionnaires en toen, jawel, besloten de MDs in staking te gaan omdat de socio-economische interviewers in een mooiere bus waren gekomen dan zij... na anderhalf uur onderhandelen zijn we zonder veldtest terug naar Muhimbili gegaan.
We hebben de laatste weken echt in een storm gezeten en ik ben benieuwd of de stilte bijna weer gaat keren...
Maar naast al dit soort enigszins lastige momenten tijdens het werk is het wel echt geweldig om hier te zijn. Zelfs die ‘lastige' momenten zijn eigenlijk ook wel weer leuk. Om te proberen hier op een goede manier met het locale team uit te komen is echt een uitdaging. Ik heb het idee dat ik hier meer van leer dan van 4 jaar studeren bij elkaar! Dat is natuurlijk wel iets overdreven, maar elke dag is hier een soort rollercoaster. Echt hard werken (dagen van soms 16 uur draaien) en elk moment moet ik alert zijn. Dat is trouwens ook waarom het even heeft geduurd voor ik mijn volgende blog kon schrijven.
Naast het werk heb ik ook tijd gehad om wat van Afrika te zien. Jap is hier samen met Femke geweest. We zijn een weekend naar Selous geweest: de grootste game reserve van Tanzania (2e van de wereld) en dat was echt prachtig! Het is zo ongelooflijk om al die dieren in hun natuurlijke omgeving te zien! Onze gids, Rashid was geweldig: het was een vrij dicht begroeid gebied maar hij zag alles, zelfs een leeuw van 1 km afstand die verscholen lag onder een boom met hoog gras ervoor. We hebben heel veel giraffen gezien en zebra's, nijlpaarden, krokodillen, leeuwen van 1 meter afstand, olifanten die zich aan het wassen waren, buffels die ons steeds voor de gek probeerden te houden, apen, heel veel impala's, wrattenzwijntjes, .... Het is zoveel dat ik het niet eens meer allemaal weet, maar gelukkig heeft Femke een lijstje bij gehouden met alle dieren. Het was echt ontzettend leuk om met z'n drieën even uit Dar weg te zijn en het klassieke beeld van Afrika te zien! Op de weg naar Selous zie je ook heerlijk typische beelden: vrouwen met kruiken op hun hoofd, gekleed in de mooiste kleuren, mannen op fietsen met en ton aan bagage achterop, als je auto even stopt meteen omringt worden door 20 mannen en kinderen die je echt alles proberen te verkopen, slapende mensen, veel slapende mensen, kinderen die zwaaien en met grote ogen naar die ‘muzungu's'(zo noemen ze de blanken hier) kijken, rijstvelden die bijna droog staan en wachten op het regenseizoen en kinderen die in uniform naar de kleine blauwe schooltjes lopen.
Wat wel ontzettend confronteren is, is de slechte medische zorg die de meeste mensen hier krijgen. Of misschien niet zozeer de slechte zorg, maar meer het gebrek aan zorg. Ik heb hier nu al een aantal malen meegemaakt dat mensen mijn advies vroegen bij een situatie die in Nederland direct tot een ziekenhuis opnamen zouden leiden: een man van 75 die al 4 dagen niet meer had geplast, een meisje van 19 die zwart overgaf en zwarte ontlasting had, een vrouw van 40 met een bloeddruk van 210/140 (veel te hoog). Deze mensen gaan niet naar het ziekenhuis omdat ze het simpelweg niet kunnen betalen of niet geloven dat ze er baat bij hebben. Het is echt verschrikkelijk om dit soort verhalen te horen. En dan het idee dat het bellen van mij voor advies het beste is wat er op dat moment kan gebeuren, niet eens het consult van een arts...
Ik wil toch met een vrolijke noot afsluiten: ik heb het hier in ieder geval heel goed, ik leer ongelooflijk veel, in het weekend heb ik meestal tijd om leuke dingen te doen (met een bootje de zee op, naar het strand, marktjes bezoeken, uitgaan met mensen die ik hier heb leren kennen (expats & locals)) en ik heb ook tijd om met boud te bellen en te skypen, dus wat wil ik eigenlijk nog meer??
Afrika went snel!
Vandaag ben ik precies een week in Tanzania (ik was al maandag begonnen met dit verhaal schrijven...)en ik kan wel al zeggen: Afrika went snel! Ik zal vast nog veel plekken tegen komen waar ik opnieuw ontzettend aan moet wennen, maar het in Afrika zijn voelt goed.
Vorige week hebben we de eerste start gemaakt met de voorbereidingen voor de household survey. Vanuit Nederland hadden we natuurlijk wel al veel gedaan en ook onze locale partij was druk bezig geweest met het regelen van de survey vanuit Dar, maar het is toch anders om hier te zijn. Nu beginnen dingen concreet te worden en voelt het als of nu pas de cruciale zaken worden besproken.
Dinsdag heb ik kennis gemaakt met de artsen met wie ik tijdens de voorbereidingen in Nederland al veel contact heb gehad: Amos en Mabula. Amos is de Head of the Reserch Program van NIMR (‘Nation Institute for Medical Research' located at the ‘Muhimbili Medical Research Centre') en Mabula is de directeur van het medisch lab van Muhimbili Hospital. Twee aardige mannen van begin 30; ze zijn een stuk makkelijker in het eerste contact dan onze socio-economische partij. Mabula heeft me in de ochtend een rondleiding door het lab gegeven waar de bloedtesten zullen worden gedaan van het onderzoek. De rest van de week heeft voornamelijk bestaan uit overleg met REPOA en NIMR, het leren kennen van de mensen, uitzoeken hoe alles hier werkt en dat soort dingen. Jos en ik hebben op donderdag het hele team mee uit eten genomen voor een kick-off diner: werkt goed om elkaar buiten de vergaderzaal te spreken.
Maar naast het werken was er ook tijd voor gezelligheid. Aangezien Jos (collega van de socio-economische kant) deze week nog in Dar was, heb ik veel met hem opgetrokken. De guesthouse (Trinity) waar ik zit is van de Tanzaniaanse vrouw die met een Nederlandse man is getrouwd. Haar dochter beheert samen met haar vriend de bar. Jos en ik hebben veel aan het einde van de dag nog even in de bar gewerkt, waarna we daar ook heerlijk konden eten. Pauline werkt hier voor PharmAccess (doet de implementatie van het Health Insurance project) en is er vaak bij komen zitten. Ook het contact met de andere gasten van Trinity is leuk: interessant om hun ervaringen te horen met de mensen hier en hun verhaal te horen hoe ze hier terecht zijn gekomen. Elke eerste zaterdag van de maand is er een groot feest in Trinity en daarvoor hadden ze uit Nederland een DJ ingevlogen (Born to Funk): top feestje, maar ook wel raar: ben ik Afrika sta ik te dansen op de muziek van een Nederlandse DJ... Daar ben ik wel al achter: het is heel gemakkelijk om hier in een ex-pad leventje te vervallen. Voor de eerste week vind ik dat niet zo erg, maar ik wil toch ook wel graag met mijn locale collega's op pad: een Tanzania zien wat je niet als toerist te zien krijgt!
ik ben al 33 uur wakker....
Ik ben al 33 uur wakker en heb vanmorgen mijn eerste stappen gezet op het Afrikaanse continent! Wel heftig hoor: het is hier warm en ik begrijp niets van dit land... dat weinige begrip komt ook wel door wat slaapgebrek hoor. Vandaag al meteen mn eerste afspraak gehad met onze lokale partij, het socio-economische deel dan, morgen ochtend zie ik de twee artsen waar ik de afgelopen maanden onafgebroken contact mee heb gehad. Merk dat het echt even wennen aan elkaar is: volgens mij vinden ze mij wat direct en ik moet wennen aan hun licht gedraai om dingen heen. Maar op zich aardige mannen, dus komt waarschijnlijk na de eerste snuffelfase helemaal goed.
Wat leuk is is dat ondanks bijna iedereen hier engels spreek, ze vaak erg gemotiveerd zijn je allemaal woordjes te leren. De barman van onze guesthouse overhoort me elke keer dat hij me ziet: heb zelfs huiswerk voor morgen meegekregen, haha! Ik zal trouwens dit weekend wat foto's maken en op mn log zetten, kunnen jullie zien hoe ik hier zit. Dan zal ik ook, op verzoek van sommigen, uitleggen wat ik hier ga doen de komende maanden.
Nu ga ik kijken of mijn afspraak er al is en dan hoop ik snel daarna mn bedje in te kunnen duiken. Volgende keer een iets langer verhaal....